Ik was aan het rondneuzen in een boek over gewoontes vormen, eigenlijk meer omdat ik iets in mijn handen wilde hebben op de bank dan dat ik er veel van verwachtte.
Er stond een zin in die bleef hangen: als je geen puf hebt, moet de eerste stap zo klein zijn dat hij bijna niet telt als inspanning. Niet ‘ga sporten’, maar gewoon je sportschoenen bij de deur zetten. Meer niet.
Dat raakte wel een snaar. Ik weet al een tijd dat ik weinig kracht heb opgebouwd en dan ook niet goed weet waar ik moet beginnen, dus ik stel het steeds uit tot er ‘een goed moment’ is. Dat moment komt d’r nooit vanzelf, merk ik.
Dus heb ik het omgedraaid. M’n doel voor een dag is soms letterlijk alleen maar even rechtop staan en m’n schouders naar achter rollen. Geen schema, geen lijst, gewoon dat ene ministapje.

Wat ik d’r wel van merk: op dagen dat de huid rustig is lukt zo’n stapje makkelijker, en andersom lijkt het ook te helpen om niet meteen te willen ‘inhalen’ als het even wat minder gaat. Volgens mij zat daar precies mijn probleem, ik wilde altijd meteen een heel routine optuigen en gaf dan halverwege weer op.
Nog geen vast ritme hoor, maar wel de eerste keer dat een boek over gewoontes me iets opleverde dat ik ook echt ben blijven doen.
